Het kleine wonder van Dilmah
vrijdag 29 april 2011Theetijd!
Het kleine wonder van Dilmah
Heet water, zakje en hopla … thee. Als je bij Dilmah op bezoek bent geweest, is dat heel achterhaald. Thee van Dilmah komt uit Sri Lanka en hoort bij de beste soorten ter wereld. Achter die thee schuilt een levensvisie, de visie van Merrill Fernando. Niet alleen wilde hij de beste thee ter wereld op de markt brengen, eigenhandig ging hij de strijd aan met de internationale theehandel.
Wie over Dilmah schrijft, vecht met twee verhalen. Aan de ene kant het indrukwekkende levensverhaal van Merrill Fernando en aan de andere kant het verhaal van de thee zelf. Merrill Fernando heeft namelijk iets gedaan dat dertig jaar geleden voor onmogelijk werd gehouden.
Door Felix Wilbrink
Hij heeft de internationale theewereld getart en wist nog te winnen ook. Het gevolg, meer dan tienduizend inwoners van Sri Lanka worden jaarlijks op de een of andere manier door Dilmahthee geholpen. Want wanneer Merrill Fernando zegt dat het geld dat met thee wordt verdiend terug moet naar het eiland, dan bedoelt hij terug naar de armste bewoners.
Even wat geschiedenis. Sri Lanka werd vroeger Ceylon genoemd. Het eiland ten zuiden van India is sinds 1500 in handen van buitenlanders. Eerst de Portugezen (waar Merrill Fernando van afstamt), later de Nederlanders (mensen met blauwe ogen worden op Sri Lanka “Burghers” genoemd) en vervolgens de Britten, die het land in 1048 de onafhankelijkheid teruggaven.
De thee kwam er pas nadat in 1850 de overal aangeplante koffie door een merkwaardige ziekte werd getroffen. In korte tijd gingen alle koffieplantages verloren. In 1875 besloot een Britse plantage-eigenaar om dan maar op thee over te schakelen. Het klimaat, de bodem, het bleek allemaal ideaal. Ceylonthee werd tot de beste ter wereld gerekend. China en India produceren meer thee, maar Sri Lanka is een goede derde.
Toch was het land er nog niet, na de succesvolle introductie van thee. Alle plantages waren Brits eigendom. Winsten vloeiden onmiddellijk weg. De prijs voor thee werd in Londen bepaald.
Die situatie trof de toen 20-jarige Merrill Fernando in 1950 aan. Zelfs toen Sri Lanka de grote plantages nationaliseerde, veranderde er eigenlijk niets. Het wachten was op Fernando die stapje voor stapje aan zijn eigen bedrijf werkte: Dilmahthee. Hij zocht naar een manier om de wereldhandel te omzeilen. Dat kon alleen door zijn eigen thee zelf op de markt te brengen. De zegetocht begon in Australië. Dilmah werd er een groot theemerk en stap voor stap breidde het merk zich verder uit naar andere landen.
Maar hoe zit het met onze eigen thee? Nederlanders waren toch eeuwenlang de theehandelaren van de wereld? Onze Douwe Egberts-thee, of eigenlijk Pickwick, is toch prima?
Ja en nee. Uitstekende commerciële producten, maar probeer eens een thee in de supermarkt te vinden die zuiver en alleen thee is? Lukt bijna niet, altijd smaakjes erbij. En ook die smaakjes zijn niet altijd van onbesproken herkomst.
Wat is nou goede thee? Dan moeten we terug de theeplantages in. Daar worden om de vijf à zes dagen de jonge scheuten van de theeboompjes afgeplukt. Bij goede thee gebeurt dat met de hand. Machines kunnen geen onderscheid maken tussen mooie blaadjes en lelijke blaadjes. Verder trekken machines veel van het blad kapot, zodat de fermentatie te vroeg op gang komt.
De theeblaadjes –twee en de knop– eerst snel gedroogd, dan gemalen, fijngemaakt en daarna moet de thee fermenteren. In de eigen sappen breken de plantcellen open. Om dit proces te stoppen moet de thee op hoge temperatuur worden gebrand of gestoomd. Het eindproduct gaat door een rij selectiemachines. Thee van de meeste theezakjes geeft meteen kleur af aan het water. Probeer het maar eens, gebruik het zakje eens voor de tweede keer … En? Juist, er gebeurt niets meer. De thee is leeg, Neem je echter goede thee waarvan je de bladstructuur nog herkent, dan kan je meestal twee keer, soms wel drie of vier keer opschenken. De thee blijft smaak en geur afgeven.
Tussen oogsten en verwerken hoort niet meer dan één dag te zitten. Thee wordt héél vroeg in de ochtend geplukt en is ’s middags al gedroogd en gebrand. Er bestaan honderden kwaliteiten van thee en al net zoveel voorkeuren. Het ene land wil milde thee, het andere donkere moutige thee. Kijk maar naar Engeland bijvoorbeeld, daar lijkt de thee nog het meeste op onze koffie. Daar is het wolkje melk echt noodzakelijk. Wij drinken veel lichtere thee, en traditioneel erg veel Ceylon, oftewel thee van Sri Lanka.
Smaakjes
Maar pas op: vooral thee met een fruitsmaak bevat een hoog zuurgehalte dat het glazuur van je tanden aantast. Wetenschappers van het Dental Hospital van de Universiteit van Manchester voerden een onderzoek uit naar het effect van verschillende soorten thee op het gebit. Ze deden tanden in bakjes met verschillende theesoorten. Na twee weken werden de gebitten onderzocht en bleken alleen de tanden die in water of gewone thee hadden gestaan onbeschadigd. Bij de tanden die in thee met een smaakje hadden gestaan, was echter het glazuur aangetast.
Gezond
We willen natuurlijk allemaal weten of het drinken van thee echt zo gezond is als de laatste jaren wordt beweerd. De polyfenolen zouden het risico op hart- en vaatziekten en kanker verminderen. Maar die polyfenolen zitten alleen in echte thee.
Kleuren
Zwarte thee bestaat natuurlijk niet, maar de uitdrukking ontstond omdat de theeblaadjes na het roosteren zwart worden. De thee zelf is donker, goudkleurig. De thee is gefermenteerd, dat wil zeggen krachtiger van smaak geworden. Zwarte thee komt meestal uit de lager gelegen theegebieden. Groene thee is meestal niet of héél kort gefermenteerd. Die thee komt van iets hogere gebieden. In China en grote delen van India drinkt men eigenlijk alleen groene thee. Het fermenteren van thee is vooral een westerse uitvinding om de thee langer goed te houden. Witte thee is met mythes omgeven. Het zou de gezondste en de fijnste thee zijn. Inderdaad worden voor witte thee alleen de fijnste, net uitgelopen blaadjes geplukt. Het gehalte aan werkzame stoffen is ook meetbaar hoger.

